Wetenschappers weten dat verschillende celtypen verschillende combinaties van genen inschakelen. Hoe dit gebeurt wordt echter nog uitgebreid onderzocht. De activiteit van elk gen wordt bepaald door omliggende en met het gen geassocieerde DNA-gebieden. Dit beïnvloedt de mogelijkheid van eiwitten, die transcriptiefactoren worden genoemd, om het gen te lezen. Maar hoe kunnen stukjes DNA invloed uitoefenen op een eiwit? Een kwestie van epigenetica.

Je kunt het genoom vergelijken met een stuk bladmuziek waarbij de noten de DNA volgorde van een gen voorstellen. Epigenetica is vervolgens nodig voor de dynamiek en de frasering van het muziekstuk; de cel wordt verteld hoe de genen precies moeten worden gespeeld: “forte” (luid) of juist “pianissimo” (heel zachtjes). Deze dynamiek en frasering van het genoom is het werk van eiwitten die ons DNA inpakken tot chromosomen.